Onlangs schreef ik een post op LinkedIn over het inzetten van SI-interventies bij slaapproblemen. In die casus werden onder andere een verzwaringsdeken en een verzwaringsknuffel ingezet.
De kern van mijn verhaal was simpel: een hulpmiddel is geen interventie op zich. Het kan pas iets toevoegen als je begrijpt wat het doet — en wanneer je het inzet.
Die boodschap bleek herkenbaar. Veel vakgenoten reageerden: “Ja, dit geldt net zo goed voor wiebelkussens, gehoorbeschermers en drukvestjes.”
Hulpmiddelen die we steeds vaker zien… en misschien ook steeds vaker té snel inzetten.
Tijd om daar eens goed naar te kijken.
Hulpmiddelen bij concentratieproblemen: waarom we ze zo snel inzetten
In klaslokalen en dagbestedingsgroepen zie je ze overal: wiebelkussens, koptelefoons, drukvestjes.
Vaak met een duidelijke bedoeling:
- beter concentreren
- langer blijven zitten
- minder onrust
Maar de vraag is: lossen we hiermee het echte probleem op?
Of reageren we vooral op zichtbaar gedrag, zonder te begrijpen waar het vandaan komt?
Arousalregulatie en concentratieproblemen: de basis die vaak ontbreekt
Als we het hebben over concentratie en gedrag, hebben we het eigenlijk over arousal: de mate van activatie van het zenuwstelsel.
Om te kunnen leren, contact te maken en je aandacht te richten, moet die activatie in balans zijn. Niet te hoog, niet te laag — maar binnen de window of tolerance.
Is de arousal te laag?
Dan zie je iemand die afwezig oogt, sloom is… of juist onrustig wordt en prikkels gaat zoeken.
Is de arousal te hoog?
Dan zie je spanning, prikkelbaarheid, onrust — en bij verdere toename zelfs vecht-, vlucht- of bevriesreacties.
Regulatie draait dus altijd om hetzelfde: terug naar die bandbreedte waarin functioneren weer mogelijk is.
Oorzaken van concentratieproblemen: meer dan alleen sensorische prikkels
Een verstoorde arousal komt nooit uit het niets.
De oorzaak kan liggen in:
- sociale onveiligheid of onbegrip
- een taak die niet past (te moeilijk of te makkelijk)
- lichamelijke factoren zoals slaap of pijn
- sensorische over- of onderprikkeling
- piekeren, verveling of gebrek aan overzicht
En precies daar gaat het vaak mis:
we zien gedrag… en pakken een hulpmiddel… zonder de oorzaak scherp te hebben.
Sensorische informatieverwerking en concentratieproblemen uitgelegd
Binnen de sensorische informatieverwerking kijken we naar hoe iemand prikkels verwerkt.
De één heeft meer input nodig (ondergevoelig), de ander juist minder (overgevoelig).
En daarbovenop reageert iemand actief of passief.
Dat maakt dat hetzelfde gedrag — bijvoorbeeld wiebelen — totaal verschillende oorzaken kan hebben.
En dus ook een totaal andere aanpak vraagt.
Hulpmiddelen bij concentratieproblemen: wat doen ze in de praktijk?
Wiebelkussen bij concentratieproblemen: wanneer helpt het wel en wanneer niet?
Een wiebelkussen bij concentratieproblemen wordt vaak ingezet bij kinderen of cliënten die moeite hebben met stilzitten. Het idee is dat bewegen helpt om de aandacht vast te houden. En in sommige gevallen klopt dat ook.
Een wiebelkussen doet namelijk een beroep op het proprioceptieve en vestibulaire systeem. Deze zintuigen zijn verantwoordelijk voor onze houding, coördinatie en bewegingsgevoel. Door de instabiele ondergrond wordt continu extra informatie aan het lichaam gegeven, wat kan bijdragen aan een betere lichaamsgewaarwording.
Voor iemand met ondergevoeligheid in dit systeem kan een wiebelkussen bij concentratieproblemen helpend zijn. Het lichaam krijgt als het ware “gratis” extra input, waardoor er minder actief gezocht hoeft te worden naar prikkels om alert te blijven. Het wiebelen dat je ziet, is in dat geval geen probleemgedrag, maar een effectieve regulatiestrategie.
Maar… niet stil kunnen zitten betekent niet automatisch dat er sprake is van onderprikkeling.
Hetzelfde gedrag kan ook voortkomen uit overprikkeling. Het bewegen wordt dan juist ingezet om spanning te reguleren en het arousalniveau te verlagen. In dat geval vraagt het gedrag om een andere benadering. Rust, voorspelbaarheid en ritmische proprioceptieve input sluiten dan beter aan dan een wiebelkussen.
Daarnaast kan onrust ook taakgerelateerd zijn. Een opdracht die niet begrepen wordt, te moeilijk is of niet te overzien, leidt net zo goed tot wiebelen, friemelen of afhaken. Het inzetten van een wiebelkussen bij concentratieproblemen verandert dan niets aan de oorzaak.
Het wiebelkussen kan dus helpend zijn — maar alleen wanneer het past bij de onderliggende sensorische behoefte. Zonder die analyse blijft het een gok.
Gehoorbescherming bij concentratieproblemen: helpend of juist averechts?
Gehoorbescherming bij concentratieproblemen kan helpend zijn wanneer het arousalniveau oploopt onder invloed van geluid. Zeker op momenten van hoge belasting kan het dempen van geluid bijdragen aan het behouden van focus en rust.
Maar er zit ook een keerzijde aan het gebruik van gehoorbescherming.
Ons zenuwstelsel heeft als primaire taak om ons veilig te houden. Wanneer geluid wordt gedempt, zal het zich als het ware opnieuw afstellen om toch voldoende informatie binnen te krijgen.
Gevolg?
Het gehoor wordt gevoeliger en iemand kan uiteindelijk steeds minder goed zonder gehoorbescherming functioneren.
Daarom heeft een koptelefoon mét geluid vaak de voorkeur boven volledige demping bij concentratieproblemen.
Tegelijkertijd is het essentieel om te beseffen dat gehoorbescherming alleen passend is bij overgevoeligheid voor geluid.
Bij ondergevoeligheid voor geluid kan gehoorbescherming bij concentratieproblemen juist averechts werken. Deze persoon heeft auditieve prikkels nodig om alert te blijven en zich te kunnen concentreren. Door geluid te dempen, haal je precies die prikkel weg die nodig is om het arousalniveau op peil te houden.
Drukvest bij concentratieproblemen: kalmerend hulpmiddel of verkeerde match?
Een drukvest bij concentratieproblemen wordt vaak ingezet met het idee dat diepe druk helpt om rust en concentratie te bevorderen. En inderdaad: druk- en verzwaringsmaterialen werken in op het proprioceptieve systeem en kunnen een dempend, kalmerend effect hebben op het zenuwstelsel.
Toch is het belangrijk om hier kritisch naar te kijken.
Bij ondergevoeligheid voor proprioceptieve prikkels lijkt een drukvest op het eerste gezicht logisch. Iemand heeft immers moeite met lichaamsbesef, dus extra druk zou kunnen helpen. In de praktijk werkt dit vaak anders. Passieve druk, zoals een vest, geeft niet altijd de juiste input. Sterker nog: het kan ertoe leiden dat iemand nog verder “zakt” in arousal, waardoor alertheid en concentratie juist afnemen.
Actieve proprioceptieve input — zoals duwen, trekken, tillen of bewegen met weerstand — sluit in deze situaties meestal beter aan.
Dat betekent niet dat een drukvest bij concentratieproblemen geen plek heeft. Integendeel.
Bij een verhoogd arousalniveau, dus bij overprikkeling, kan diepe druk juist helpen om het zenuwstelsel te kalmeren. Het kan ondersteuning bieden op momenten waarop de spanning oploopt of in situaties waarvan je weet dat ze belastend zijn, zoals groepsactiviteiten of drukke omgevingen.
Maar ook hier geldt: een drukvest is geen standaardoplossing.
Wanneer de oorzaak van de overprikkeling ligt in de omgeving, de taak of sociale factoren, dan ligt daar de eerste ingang voor verandering. Het vest kan ondersteunend zijn, maar neemt de oorzaak niet weg.
Een drukvest bij concentratieproblemen is dus vooral zinvol als gerichte interventie binnen een bredere analyse — niet als snelle oplossing voor zichtbaar gedrag.
Waarom hulpmiddelen bij concentratieproblemen zonder analyse niet werken
Wat deze voorbeelden laten zien, is dit:
Hetzelfde gedrag kan verschillende oorzaken hebben.
En hetzelfde hulpmiddel kan dus helpend zijn… of juist averechts werken.
Zonder analyse werk je op basis van trial and error.
En dat kan betekenen dat je het probleem onbedoeld vergroot.
Conclusie: hulpmiddelen bij concentratieproblemen werken alleen met de juiste analyse
Wiebelkussens, gehoorbeschermers en drukvestjes kunnen absoluut waardevol zijn.
Maar alleen als ze passen bij:
- het arousalniveau
- de sensorische verwerking
- en vooral: de onderliggende oorzaak
Zonder dat inzicht wordt een hulpmiddel al snel een standaardoplossing.
En daar zit precies het risico.
Dus: hulpmiddelen inzetten om de concentratie te verbeteren?
Alleen als je weet waarom die concentratie er niet is.
Anders sla je de plank mis.
En soms zelfs behoorlijk.
NB: Afbeelding afkomstig van Joeppie webshop


