Wat als het probleem niet het gedrag is, maar de prikkelverwerking?
Ondanks mijn jarenlange ervaring als SI-therapeut blijft één ding mij raken — en eerlijk gezegd ook verbazen.
De enorme impact die problemen in de prikkelverwerking kunnen hebben op het dagelijks leven van een kind.
Niet omdat het onbekend is.
Maar omdat het zó vaak onderschat wordt.
Gedrag wordt gezien. Gevolgen worden gevoeld.
Maar wat er onder dat gedrag gebeurt, blijft regelmatig buiten beeld.
Tijdens het sensorisch onderzoek bij A., een jongen van 11 jaar met een gemiddelde intelligentie en een ongespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis, werd dat opnieuw pijnlijk duidelijk. Hij is uitgevallen op school en volgt nu dagbesteding met schoolse activiteiten. De vraag aan mij was of ik vanuit de prikkelverwerking kon meedenken over wat hij nodig heeft om uiteindelijk weer richting onderwijs te bewegen.
Wat ik zag, was geen ‘lastig gedrag’.
Ik zag een zenuwstelsel dat structureel overbelast raakt.
Vastgelopen op alle domeinen
De gevolgen van zijn versterkte reageren op geluid, geur en aanraking zijn groot. A. loopt vast op meerdere levensgebieden, met name sociaal-emotioneel.
Hij heeft moeite met het aangaan en onderhouden van vriendschappen, raakt snel gefrustreerd en geagiteerd en kan moeilijk deelnemen aan groepsactiviteiten. Hij laat veel bewegingsonrust zien, staat te dicht op anderen en raakt onrustig tijdens wachten of wanneer hij in de rij moet staan.
Dit zijn precies de gedragingen die vaak leiden tot correctie, grenzen stellen of sociale vaardigheidstraining.
Maar bij A. vertelt dit gedrag vooral iets over zijn prikkelverwerking en arousalregulatie.
Auditieve prikkels: als alles even hard binnenkomt
Bij A. worden auditieve prikkels onvoldoende gefilterd. Geluiden die voor anderen achtergrond zijn, worden door zijn brein als even belangrijk geregistreerd. Zijn ‘prikkelemmertje’ voor geluid is daardoor sneller vol dan bij leeftijdsgenoten.
Het gevolg is een stijgend arousalniveau. Stress.
In groepssituaties — waar door elkaar gepraat wordt en geluiden onvoorspelbaar zijn — loopt deze spanning razendsnel op. Dat maakt functioneren in een groep buitengewoon belastend.
Opvallend is dat A. geen problemen laat zien wanneer hij zelf geluid produceert, bijvoorbeeld bij muziek. Deze prikkels zijn voorspelbaar en door hem zelf gegenereerd. Zijn brein weet wat er komt — en dat maakt het verschil.
Geur: vermijden om overeind te blijven
Ook geuren hebben een grote invloed op A. Met name etensgeuren overweldigen hem. Hij probeert deze zoveel mogelijk te vermijden — niet uit onwil, maar als strategie om zijn spanning te reguleren.
Zolang hij deze vermijding kan toepassen, blijft zijn arousal relatief stabiel. Maar tijdens gezamenlijke eetmomenten lukt dat niet. Zijn spanning loopt dan zichtbaar op.
Dit heeft directe sociale gevolgen. Hij vermijdt kookactiviteiten en de gezamenlijke lunch is voor hem moeilijk. Tegelijkertijd zien we dat deze sensorische overbelasting doorwerkt in zijn eetpatroon. A. is een zeer selectieve eter en ervaart slechts een beperkt aantal voedingsmiddelen als ‘veilig’.
Tactiele prikkelverwerking: niet eenduidig
Op tactiel gebied laat A. een wisselend beeld zien. Enerzijds is er sprake van gebrekkige registratie: hij merkt een vies gezicht niet op en staat te dicht op anderen. Zijn lichaamsgevoel in relatie tot de ruimte en tot anderen is verminderd.
Dit zien we ook terug in de fijne motoriek. Verfijnde handvaardigheidstaken en schrijven kosten hem veel moeite. Niet alleen motorisch, maar ook in het plannen van handelingen. Dit leidt tot frustratie en sneller opgeven, met als gevolg meer fysieke begeleiding.
Tegelijkertijd reageert A. juist sterk op onverwachte aanrakingen. Deze tactiele overreactiviteit leidt direct tot arousalverhoging en verklaart zijn onrust in sociale situaties en tijdens het wachten in de rij.
Ook in de persoonlijke verzorging zien we dit terug. Nagels knippen en de kapper waren jarenlang extreem belastend, totdat voorspelbaarheid en eigen regie werden vergroot.
Arousal, veiligheid en gedrag
Sensorische prikkels zoals geluid, geur en aanraking verhogen bij A. zijn arousalniveau — zijn stressniveau. Een verhoogde arousal activeert beschermingsreacties van het zenuwstelsel: vechten of vluchten.
Bij A. zien we dit terug in sneller boos worden, agitatie, frustratie, verminderde flexibiliteit en het vermijden van situaties. Het zenuwstelsel scant continu de omgeving op veiligheid. Onverwachte prikkels worden al snel gelabeld als potentieel onveilig, waardoor het stresssysteem wordt geactiveerd. In deze toestand zijn hogere functies zoals plannen, concentratie en emotieregulatie tijdelijk minder toegankelijk.
De theorie van het voorspellende brein helpt dit te begrijpen. Hoe voorspelbaarder de wereld, hoe veiliger deze wordt ervaren. Wanneer voorspellingen niet kloppen, stijgt het arousalniveau. Dit verklaart ook waarom veranderingen voor A. zo belastend zijn.
Bewegingsonrust: een regulatiestrategie én een signaal
Een opvallend kenmerk bij A. is zijn bewegingsonrust. Hij wiebelt, beweegt veel en heeft moeite om stil te zitten of te blijven staan. Dit gedrag wordt in de praktijk vaak gecorrigeerd met opmerkingen als: “Zit nu eens stil” of “Doe eens rustig”.
Vanuit de prikkelverwerking krijgt dit gedrag echter een andere betekenis.
Bij A. is bewegen geen gevolg van een tekort aan registratie van proprioceptieve prikkels, maar een actieve regulatiestrategie. Naarmate zijn arousalniveau stijgt door sensorische overbelasting, zet hij beweging in om spanning te verminderen. Spieractiviteit — proprioceptieve input — helpt zijn zenuwstelsel om weer tot rust te komen.
Repeterende bewegingen en het herhalen van taal (echolalie) dragen bij aan het reguleren van zijn spanning. Tegelijkertijd functioneren deze gedragingen als een signaal naar de omgeving: zijn zenuwstelsel raakt overbelast.
Wanneer deze bewegingsonrust wordt afgeremd of gecorrigeerd, valt voor A. juist een belangrijk regulatiemechanisme weg. De spanning loopt dan verder op, met meer ontregeling tot gevolg. Wat aan de buitenkant onrustig lijkt, is aan de binnenkant vaak een poging om overeind te blijven.
In het volgende blog ga ik dieper in op hoe deze bewegingsonrust — en andere regulatiestrategieën — juist functioneel ingezet kunnen worden binnen begeleiding en dagstructuur.
Wat dit onderzoek mij opnieuw leerde
Dit onderzoek bevestigde voor mij opnieuw hoe diep prikkelverwerkingsproblemen kunnen doorwerken in het dagelijks leven. Gedrag is zelden het probleem. Het is vaak een signaal van een zenuwstelsel dat te veel moet verwerken.
In het volgende blog ga ik in op de vertaalslag naar de praktijk:
wat vraagt dit van begeleiding, omgeving en dagprogramma?
Welke maatwerkoplossingen helpen om arousal te normaliseren en ontwikkeling weer mogelijk te maken?
👉 Blog 2 verschijnt binnenkort.


