A child's bare feet captured mid-jump on a trampoline outdoors in a sunlit summer setting.

Prikkelverwerking in de praktijk: van begrijpen naar handelen

Begrijpen is stap één. Handelen vraagt iets anders

In het vorige blog beschreef ik hoe prikkelverwerking bij A. leidt tot overbelasting van zijn zenuwstelsel. Geluid, geur en aanraking zorgen voor een voortdurend verhoogd arousalniveau, met zichtbaar gedrag als gevolg: bewegingsonrust, frustratie, vermijden en vastlopen in het dagelijks functioneren.

Begrijpen waar gedrag vandaan komt, is essentieel.
Maar de volgende vraag is minstens zo belangrijk: wat vraagt dit in de praktijk van begeleiding, omgeving en dagstructuur?

Bij A. werd duidelijk dat losse interventies niet voldoende zijn. Wat hij nodig heeft, is een samenhangend geheel van aanpassingen dat zijn arousal ondersteunt door de dag heen.

Het uitgangspunt: arousal normaliseren

Alle interventies bij A. zijn gericht op hetzelfde doel: het normaliseren van zijn arousalniveau.

Zolang zijn zenuwstelsel signalen van onveiligheid ontvangt — door onvoorspelbare prikkels, gebrek aan regie of onvoldoende regulatiemogelijkheden — blijven hogere functies zoals concentratie, flexibiliteit en emotieregulatie beperkt toegankelijk.

Dit betekent dat interventies niet los van elkaar ingezet worden, maar ingebed zijn in het dagprogramma. Samen vormen zij een zintuiglijk activiteitenprogramma (ZAP), ook wel sensorisch dieet genoemd: maatwerk dat aansluit bij hoe zijn zenuwstelsel informatie verwerkt.

Begripvolle begeleiding en co-regulatie

Een eerste, cruciale interventie is de begeleidingsstijl.

Wanneer begeleiders begrijpen welke invloed sensorische prikkels hebben op het arousalniveau van A., ontstaat ruimte voor een andere manier van reageren. Niet corrigeren of sturen op gedrag, maar afstemmen op wat zijn zenuwstelsel nodig heeft.

Co-regulatie speelt hierin een sleutelrol. Wanneer emoties of spanning hoog oplopen, kan A. dit niet zelfstandig reguleren. Hij heeft een ander nodig die rust, voorspelbaarheid en veiligheid uitstraalt. Dit gebeurt vooral non-verbaal: via stemgebruik, tempo, lichaamshouding en nabijheid.

Een gereguleerd zenuwstelsel naast hem helpt zijn eigen arousal weer te laten zakken.

Eigen regie: invloed verlaagt spanning

Voor A. blijkt eigen regie een belangrijke spanningsverlager.

Het idee dat hij invloed kan uitoefenen op prikkels — of zich mag terugtrekken uit een situatie — geeft zijn zenuwstelsel een gevoel van veiligheid. Dit sluit aan bij de werking van het voorspellende brein: wanneer je weet wat er komt en wat je kunt doen als het te veel wordt, hoeft het stresssysteem minder snel in te grijpen.

Eigen regie kan zitten in:

  • zelf een plek in de ruimte mogen kiezen

  • weten dat hij weg mag uit een situatie

  • invloed hebben op geluid, geur of nabijheid

Alleen al het hebben van deze opties kan arousal verlagen, zelfs als hij er op dat moment geen gebruik van maakt.

Sensorische scripts: prikkels voorspelbaar maken

Om die voorspelbaarheid verder te vergroten, is het helpend om sensorische informatie te “ondertitelen”.

Ga je naar een plek waar veel geluid, geuren of onverwachte aanrakingen zijn (kantine, winkelcentrum, kookactiviteit)? Neem vooraf samen door:

  • welke prikkels hij kan verwachten

  • welke prikkels hij zelf kan veroorzaken

  • wat hij kan doen als het te veel wordt

Dit helpt zijn brein om voorspellingen te maken en vermindert de kans op een stressreactie.

Omgeving en taken aanpassen: waarom juist deze interventies?

De gekozen aanpassingen in de omgeving zijn geen willekeurige tips, maar direct afgeleid van hoe A. sensorische prikkels verwerkt.

Omdat auditieve prikkels bij hem onvoldoende gefilterd worden, is gekeken naar:

  • demping van geluid in de ruimte

  • het uitzetten van onnodige achtergrondgeluiden (radio, airco)

  • positionering ten opzichte van geluidsbronnen

Omdat geuren hem snel overweldigen, is ingezet op:

  • goede ventilatie

  • afvoer van kookgeuren

  • een plek in de ruimte waar hij hier minder last van heeft

  • eigen regie over waar hij zit tijdens eetmomenten

Ook de fysieke positionering ten opzichte van anderen is belangrijk. A. staat snel te dicht op anderen door gebrekkige lichaamswaarneming, terwijl onverwachte aanrakingen juist spanningsverhogend werken. Door bewust te kiezen wie er naast hem zit of staat, wordt sensorische belasting verminderd.

Visualiseren als arousalregulator

Visuele ondersteuning speelt een belangrijke rol in het verlagen van arousal.

Een visuele dagplanning helpt om overzicht en voorspelbaarheid te creëren. Dit kan een dagoverzicht zijn of per dagdeel, met eenvoudige foto’s of pictogrammen. Voor sommige kinderen werkt een planbord aan de muur, voor anderen een draagbaar schema of een app.

Daarnaast is het helpend om ook taken te visualiseren. Een taakplanner waarin de handelingsvolgorde stap voor stap zichtbaar is, vermindert cognitieve belasting. A. hoeft minder te plannen en te onthouden, waardoor spanning afneemt en volhouden makkelijker wordt.

Ook het werken met een arousal- of emotiemeter ondersteunt zelfinzicht. Door samen af te spreken wat hij kan en mag doen bij verschillende spanningsniveaus, wordt zelfregulatie stap voor stap opgebouwd.

Het regulerend dagprogramma uitgelegd

In het dagprogramma van A. worden activiteiten bewust afgewisseld. Elke activiteit kan worden ingedeeld in één van drie categorieën:

Actief inspannend
Dit zijn activiteiten die concentratie, aandacht of sociale afstemming vragen. Denk aan leeractiviteiten, groepsmomenten of eetsituaties. Deze activiteiten zijn arousalverhogend.

Actief ontspannend
Dit zijn activiteiten waarbij beweging wordt ingezet om spanning te laten zakken. Door proprioceptieve en vestibulaire input ontstaat ontspanning. Voorbeelden zijn schommelen, trampolinespringen, wandelen, fietsen of steppen.

Passief ontspannend
Dit zijn rustige, prettige activiteiten zonder hoge eisen. Denk aan muziek luisteren, muziek maken of bezig zijn met een voorkeursactiviteit.

In een goed opgebouwd dagprogramma volgen deze categorieën elkaar afwisselend op. Na een actief inspannende activiteit volgt altijd een regulatiemoment, voordat er opnieuw een beroep wordt gedaan op concentratie of sociaal functioneren.

Belangrijk hierbij is: wat ontspannend is, is individueel. Een gymles zou theoretisch ontspannend kunnen zijn, maar bleek voor A. juist spanningsverhogend door geluid, sociale druk en onverwachte aanrakingen.

Proprioceptie als rode draad door de dag

A. reguleert zijn spanning via spieractiviteit. Daarom is proprioceptie niet iets dat ‘af en toe’ wordt ingezet, maar verweven in zijn hele dag.

Dit kan door:

  • extra beweegmomenten zoals trampoline of schommelen

  • maar ook via functionele taken: sjouwen, vegen, opruimen, boodschappen dragen

Zelfs tijdens schoolwerk kan beweging geïntegreerd worden, bijvoorbeeld door materialen zelf te laten halen of taken staand uit te voeren. Ook korte energizers tussendoor helpen om opgebouwde spanning te reguleren.

Eén geheel: een zintuiglijk activiteitenprogramma

Alle genoemde interventies maken deel uit van één samenhangend geheel. Ze vormen samen een zintuiglijk activiteitenprogramma (ZAP), ook wel sensorisch dieet genoemd.

Dit is geen standaardlijst, maar maatwerk. Het vraagt observeren, evalueren en bijstellen. Niet alles tegelijk, maar gefaseerd. Wat werkt, wordt behouden. Wat niet helpt, wordt aangepast.

Wat deze casus opnieuw laat zien

Deze casus onderstreept dat ondersteuning bij prikkelverwerkingsproblemen begint bij begrijpen, maar pas echt effect heeft wanneer dit begrip wordt vertaald naar het dagelijks leven.

Niet door harder te sturen op gedrag, maar door het zenuwstelsel centraal te zetten.
Pas dan ontstaat er ruimte voor ontwikkeling, leren en meedoen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Scroll naar boven