Sensorische informatieverwerking en autisme: verder kijken
Vrijdag was mijn laatste dag bij Pameijer.
(Ja, je leest het goed. Maar daarover meer in een andere post.)
Een dag die bestond uit het oplossen van allerlei vragen die nog écht even aan mij gesteld moesten worden. Naast alle regelvragen sprong één vraag eruit:
“Wil jij nog even meekijken en meedenken bij A.? Hij eet buiten het schors van de bomen. Inmiddels is er al een kaal.”
Een vraag die meer vragen oproept
Een interessante vraag waarbij er vanuit de sensorische informatieverwerking en het autisme bij A. meteen een hoop radertjes in mijn hoofd gingen draaien:
• Prikkelverwerking in het mondgebied?
• Zoeken naar extra tactiele en proprioceptieve input?
• Tijdinvulling tijdens het buitenspelen?
• Een lijntje houden met de begeleiding?
• Veiligheid?
Wat vertelt het gedrag van A.?
Het was lekker weer, dus meekijken met het buitenspelen was zeker geen straf.
A. zat gehurkt aan de rand van het speelplein. Met zijn handen veegde hij blaadjes, takjes en eikeltjes bij elkaar en stopte enkele stukjes in zijn mond.
Hij leek ontspannen, maar zijn ogen verrieden enige onrust.
Hij hield de andere kinderen en de begeleiding op het plein goed in de gaten.
Op een gegeven moment kwam hij van zijn plaats en liep richting de twee bewuste, kaal gegeten bomen.
Ondertussen keek hij goed naar de begeleiding.
Wachtte hij op een reactie?
En ja hoor. Daar kwam het antwoord dat hij verwachtte:
“Nee A., niet doen.”
Even een lach.
Hij werd gezien.
Welke hypothese blijft overeind?
Ondertussen was ik met de begeleiding in gesprek om de vragen die bij mij waren opgekomen te beantwoorden.
Eetproblemen waren er niet. Nou ja… thuis niet. Daar at hij volledig met de pot mee. Op het OC at hij langzaam of niet. Dit bleek samen te hangen met wat er eerder op de dag op de groep was gebeurd. Hij was behoorlijk onder de indruk van een groepsgenootje dat erg kan gillen.
Op de groep stak hij niets in zijn mond. Ook zagen ze geen zoekgedrag rond het mondgebied óf kauw- en bijtgedrag bij hoge spanning.
Mijn hypothese prikkelverwerking in het mondgebied kon ik dus wegstrepen.
Maar hoe verliep het buitenspelen eigenlijk?
“Doet A. nog wel eens wat anders dan blaadjes vegen en takjes verzamelen?”
“Nee, niet uit zichzelf. Wij moeten hem stimuleren om te springen op de trampoline, te fietsen of te steppen.”
“Dus dit is eigenlijk zijn buitenspel geworden?”
“Ja, eigenlijk wel.”
Hypothese tijdinvulling buitenspelen: bleef overeind.
En dan was er nog iets.
De begeleiding vertelde:
“A. houdt ons altijd in de gaten als hij richting de bomen gaat. Hij weet dat wij reageren. Ik denk dat hij onze betrouwbaarheid test. Dat we altijd hetzelfde reageren.”
Ook die hypothese bleef overeind: het lijntje met de begeleiding.
Want negatieve aandacht is óók aandacht.
Niet alleen kijken wat A. doet
Al pratende kwamen we op een ander spoor.
Niet alleen kijken naar wat A. doet, maar vooral naar wat hij nodig heeft om tot ander spel te komen.
Het lijntje met hem blijven houden.
Samen spelen.
Meer variatie aanbieden tijdens het buitenspelen.
En misschien… wordt het dan vanzelf weer wat rustiger rond de bomen.
Gedrag vertelt je iets
Voor mij is dit precies waarom ik zo graag meedenk vanuit sensorische informatieverwerking én autisme.
Gedrag vertelt je iets. Maar soms moet je even verder kijken om te ontdekken wát het vertelt.
En soms blijken twee kale bomen uiteindelijk helemaal niet
over bomen te gaan.


